TWEE SCHULDENAARS.

TWEE SCHULDENAARS.
034
Simon de Farizeeër had een feestmaal laten aanrichten in zijn huis. In de grote zaal waren de tafels gedekt en de ligstoelen bij geschoven. De deuren waren wijd geopend en in het voorhuis stonden de knechten gereed, om de voorname gasten te bedienen. Simon wist hoe het hoorde. Hij ontving zijn gasten met veel eer en liet hun bestoven voeten wassen, hun hoofd zalven met heerlijke riekende olie en hun kleren besprenkelen met rozen water. Hij omhelsde zijn vrienden en voerde ze dan naar binnen om ze een plaats te wijzen aan zijn dis… Toen kwam ook Jezus daar binnen. Ook Hem had Simon genodigd. Eigenlijk hoorde Hij niet in dat deftige gezelschap de eenvoudige rabbi van Nazareth en Hij mocht ook wel erg blij zijn dat Simon Hem die eer had waardig gekeurd. Simon wilde wel eens rustig met Hem praten want hij wist eigenlijk niet wat hij van Jezus denken moest. Het volk fluisterde dat Hij een profeet was en volgde Hem in grote menigte. Maar anderen de schrift geleerde noemden Hem een bedrieger en een verleider. Om dat te kunnen onderzoeken had Simon Hem maar eens te eten gevraagd. Jezus kwam. Hij kwam toch, ofschoon Hij alles begreep. Maar veel plichtplegingen maakten Simon niet met die eenvoudige gast. Hij ontving Hem koel en hooghartig en wees geen der dienaren aan om Hem te verzorgen. Zò als Hij gekomen was door de hete stoffige straten, werd Jezus in de eetzaal gelaten en met een onverschillig gebaar wees Simon Hem zijn plaats aan het ondereind van de tafel. Die timmermanszoon moest zich vooral niet verbeelden dat Hij even voornaam was als de anderen. De maaltijd begon. De gasten lagen om de tafel op lange ruststoelen, steunend op een arm, de voeten achterwaarts gekeerd. Tussen al die rijke trotse mannen lag Jezus, even rustig en vriendelijk als eens toen Hij bij de tollenaars en zondaars in het huis van Matheus te eten was gevraagd. Hij wist hoe de andere gasten over Hem dachten maar Hij zweeg. Hun trots en hun minachting en ook de beledigende ontvangst van de gastheer deerde Hem niet. De schotels gingen rond. De wijn parelde in de bekers. De gesprekken kwamen los. En bij de open deuren verdrong zich het volk van de straat, om begerig te zien naar al die pracht in dit rijke huis. Dat was zo de gewoonte in het land: het volk mocht staan kijken bij de deur. Maar plotseling gebeurde er iets vreemds waar allen van schrokken. Een vrouw had zich door de mensen gedrongen kwam de zaal binnen wankelen en viel schreiend bij Jezus neer. Niemand begreep wat dat beteken moest maar Jezus begreep het wel. Hij wist dat deze vrouw diep ongelukkig was omdat ze veel kwaad gedaan had in haar leven. Zij was een zondares, die door ieder geminacht werd en gehaat. Maar nu had zij Jezus horen prediken in de stad en daarna had zij erg naar Hem verlangd, want zij geloofde dat Hij de enige was, die haar nog kon redden. Daarom had zij mirre voor Hem gekocht, een dure zalf in een albasten fles en zij was binnengedrongen in dit deftige huis, toen zij hoorde dat Hij hier was; zij kon niet anders, zij moest naar Hem toe. Nu had zij Hem gevonden en kon niet spreken van ontroering. Haar tranen, drupten op zijn voeten. Zij wilde ze afdrogen maar had geen doek. Toen droogde zij de voeten van Jezus met haar lange haren af en kuste die voeten telkens weer en zalfde ze met de zalf. Zo toonde zij haar berouw en haar liefde, zo toonde zij haar geloof in de Heiland.
Maar Simon en de andere Farizeeën zagen het verontwaardigd aan want zij kende die vrouw ook. Als ze haar ontmoetten op straat, gingen ze aan de overkant voorbij. Simon zou dat zondige schepsel niet aan zijn voeten hebben geduld… Hij zou haar hebben weggetrapt... En Jezus liet het toe Hij scheen niet eens te weten hoe groot de schuld was van die vrouw. Dan was Hij ook zeker geen profeet. Toen Simon zo ver was gekomen met zijn hoogmoedige gedachten zag Jezus hem aan en sprak: Simon Ik heb u iets te zeggen. De Farizeeën antwoordde uit de hoogte: Meester zegt het… Toen vertelde Jezus een verhaal. Hij zei: Een schuldeiser had twee schuldenaars; de een was hem vijfhonderd schellingen schuldig en de ander vijftig. Toen zij niet konden betalen schonk hij hun beiden. Wie van hen zal hem dan het meest liefhebben? O, dat wist Simon wel, dat was niet moeilijk. Hij antwoordde: Ik onderstel hij aan wie hij het meeste geschonken heeft. Jezus zei: Gij hebt juist geoordeeld. Maar toch bleek dat het verhaal niet een gewoon verhaal was geweest maar een gelijkenis; dat iets betekende. Jezus, keerde zich om naar de vrouw, die nog altijd aan zijn voeten lag en zei vriendelijk tot Simon: Ziet u deze vrouw?... Ik ben in uw huis gekomen; water voor mijn voeten hebt u Mij niet gegeven; maar zei heeft met tranen mijn voeten nat gemaakt, en ze met haar haren afgedroogd. Een kus het u mij niet gegeven; maar zij heeft van dat zij binnen gekomen is, niet opgehouden mijn voeten te kussen. Met olie hebt u mijn hoofd niet gezalfd; maar zij heeft met mirre mijn voeten gezalfd. En terwijl de Farizeeërs van diepe schaamte zijn trotse ogen wel neer moest slaan ging Jezus voort: Daarom zeg Ik u: haar zonden zijn haar vergeven, al waren zij vele, want zij betoonde veel liefde; maar wie weinig vergeven wordt, betoont weinig liefde. Ja, weinig liefde had de Farizeeër Jezus betoond; heel, heel weinig… En weinig zonden had... Of moest zijn grootste schuld nog worden betaald?... Hij was die ene schuldenaar die van vijftig schellingen; hij was óók een zondaar, dat wilde Jezus hem zeggen. Hij moest óók vragen om vergeving. De vrouw had het gedaan; zij was die andere schuldenaar, die van de grote schuld. Maar groot waren ook haar geloof en haar liefde. En daarom zei Jezus tot haar: Uw zonden zijn u vergeven. Er was geen heerlijker woord mogelijk voor die vrouw. Een blijdschap, zoals zij nog nooit had gekend kwam in haar hart en aanbiddend bleef zij liggen aan de voeten van Jezus. Maar in de ogen van de gasten was schrik en ergernis. Wie is deze, dachten ze die ook de zonden vergeeft? Dat kan God alleen. Maar Hij zei tot de vrouw: Uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede. Die vrouw ging heen overgelukkig. Zij was een andere vrouw geworden, zij ging een nieuw en rein leven tegemoet. Arm was zij gekomen, rijk ging zij heen. De andere schuldenaar zat nog bij Jezus aan tafel en hij kon nu weten wie Jezus was. Meer dan een profeet... Hoe vriendelijk hoe teer had Jezus hem behandeld. Als die rijke Farizeeër nu ook maar zijn armoede, zijn schuld wilde zien...
Suzan de Boe.