AAN DE HEIDENEN OVERGELEVERD

AAN DE HEIDENEN OVERGELEVERD.

imgres
Tegen Het aanbreken van de morgen kwam de Hoge Raad nog in spoedzitting bijeen in de rechtszaal bij de tempel. Het zal een rumoerige vergadering zijn geweest omdat de meningen verdeeld waren, maar tenslotte haalde het voorstel van Annas en Kajafas meerderheid van stemmen: De Joodse Raad zou Jezus van Nazareth niet berechten, langer gevangen houden was gevaarlijk met het oog op de stemming in het volk er waren veel Galliërs in de stad. Laten we hem uitleveren aan Pilatus. Op deze wijze werd Jezus, de koning Israëls uit gestoten uit zijn volk en overgeleverd aan de heidenen. Laat hem door de Romeinen aan de schandpaal worden gebracht. Geen mens in Israël zal dan nog geloven dat hij de Messias is. Zo lieten zij Jezus handboeien aanleggen en door de tempelpolitie weg leiden naar het paleis, waar Pontius Pilatus zetelde gedurende de feestdagen. Het was het oude paleis van koning Herodes aan de westmuur bij de drie torens, Een groep afgevaardigden van de Joodse Raad ging mee om hem aan te klagen bij stadhouder.

File-Giotto_-_Scrovegni_-_-31-_-_Kiss_of_Judas
Toen Judas gehoord had dat Jezus als een vervloekte werd uitgestoten uit zijn volk en overgeleverd zou worden aan de Romeinen kwam hij tot bezinning kreeg berouw en hij ging naar de opperpriesters in de tempel om het geld terug te geven: Ik heb gezondigd riep hij ik heb een onschuldige verraden. Zij zeiden: Wat gaat ons dit aan? Ge moet zelf maar zien wat er van komt. Wat hebben wij daar mee te maken? Judas wierp dertigzilverlingen op de marmeren tempelvloer en holde weg. Hij zag geen uitweg meer. Hij kon het niet meer goed maken. Het was te laat. Zijn meester zou uitgestoten worden. Ik heb dat verdiend, niet Hij. En Judas vluchtte in de eenzaamheid en maakte een eind aan zijn leven.

800px-munkacsy_-_christ_in_front_of_pilate
Het was nog vroeg in de morgen, toen Jezus werd binnen geleid voor Pilatus. Midden op de binnenplaats was een verhoging van grote stenen, waarop de rechterstoel van de stadhouder stond. Daar was hij gewend om recht te spreken, als hij in Jeruzalem was. Links en rechts stond een zetel voor de secretaris en de tolk. Jezus, moest wachten. De afgevaardigden van de Joodse Raad durfde niet naar binnen te komen, want als ze het huis van een heiden betraden zouden ze voor een dag onrein zijn en het feestoffer niet mogen eten. Och wat waren ze bezorgd om geen fouten te maken! Of was het omdat ze zich er buiten wilde houden? De Romeinen moesten het immers maar doen? Toen Pilatus hoorde dat de afgevaardigden van het Sanhedrin buiten stonden en niet naar binnen wilden komen was hij niet in een best humeur. Wat een belediging voor ons, de Romeinen. Die toch hun meesters zijn. De Joden zijn bang om zich te ont reinigen en besmet te worden! Hij had ook gehoord dat ze die Galileeër uit nijd aan hem wilde overleveren en dat het helemaal geen rebel was. Daar stond de gevangene op de binnenplaats, een magere Jood, konden ze die zelf niet aan? Hij ging de poort uit en stond op het terras in zijn purperen toga. De afgevaardigden kwamen naar voren. Beneden op het plein stond een nieuwsgierige menigte. Wat wilden ze van hem? Liever zou zijn handen niet in zo’n Joods wespennest steken. Welke aanklacht brengt u tegen deze man in? Vroeg Pilatus. Zij antwoorden: Indien hij geen boos doen doener was zouden wij hem niet aan U hebben uitgeleverd. Hij verleidt het volk en verbiedt ons de keizer belasting te betalen en hij zegt van zichzelf dat hij de Messias de Koning is. Na alle aanklachten aan gehoord ging Pilatus weer naar binnen besteeg de treden die naar de rechter zetel leidden, ging zitten spelend met zijn ivoren staf liet de beklaagde voorkomen en zei spottend terwijl hij hem van het hoofd tot zijn voeten bekeek: Zijt u de Koning der Joden? Jezus antwoordde; Gij zegt het. Pilatus noemde de beschuldigingen die hij tegen Jezus gehoord had maar Jezus antwoorde niet. Wilt ge dan niet horen wat er allemaal tegen U in gebracht wordt? En Jezus antwoorde hem op geen enkele vraag zodat de stadhouder zich zeer wonderde. Wat was er toch voor gevaarlijks in deze man? Het leek wel een kind zoals hij daar stond, hulpeloos voor zich uitkijkend. Wrevelig liep hij weer naar buiten en zei: ik vind niets strafbaars in deze man. Neemt hem en oordeelt hem naar uw eigen wetten. Maar zij hielden vol en zeiden: Hij maakt het volk oproerig met zijn leer door heel Judea, al van het begin af van Galilea tot hier toe. Toen Pilatus het woord Galilea hoorde vroeg hij of hij een Galileeër was en toen hij begreep dat hij in het gebied van Herodes Antipas thuishoorde zond hij hem koning Herodes die in die dagen ook in Jeruzalem verbleef. Zo hoopte Pilatus ervan af te komen. Laat de volgende zaak voorkomen. Uit de gevangenis werden nu andere beklaagden naar boven gebracht om berecht te worden. Het waren opstandelingen.


1102014728_univ_lsr_xl

Toen Herodus zag was hij zeer verheugd want allang had hij deze Jezus de Nazarener willen zien, want hij had veel over hem gehoord en hij hoopte dat hij nu een wonder voor hem zou doen. Hij ondervroeg Jezus met veel woorden, maar deze antwoordde niets. Het werd een teleurstelling voor de koning. Ten einde raad zond hij hem terug naar het Romeinse gerecht, nadat hij hem een mooi blinkend kleed had omgedaan. En Herodus en Pilatus werden op de zelfde dag met elkaar bevriend. Voor die tijd hadden zij in vijandschap geleefd. Jezus werd weer voor Pilatus gebracht. Buiten was de menigte aangegroeid. Voor de poort gonsden de stemmen. Als aanstormende windvlagen die steeds sterker werden zoals bij een opkomende storm. Pilatus riep nogmaals de opperpriesters en oversten van het volk bijeen en zei: Gij hebt deze man bij mij gebracht als iemand die het volk afvallig maakt en ik heb hem verhoord. Maar ik zie niet in waarom hij de dood verdient. Ik zal hem laten geselen en dan loslaten. Maar zij begonnen te schreeuwen en het volk viel hen bij: Weg, weg weg met hem! laat Barnabas maar vrij! Dat was een beruchte gevangene, die ook met zijn voornaam Jeshua hete en die bij een oproer was gepakt. Pilatus probeerde over het rumoer heen te schreeuwen, maar de menigte begon te joelen: Weg met hem! Hang hem op! Aan de schandpaal, kruisig hem, kruisig hem! Hun geschreeuw werd al sterker. Toen Pilatus zag, dat het niets bate maar dat er veeleer een oproer ontstond liet hij een kom water brengen. Hij deed de Joodse gewoonte na, waste zijn handen en zei: Ik was mijn handen in onschuld. Ik heb hier niets mee te maken ge moet zelf maar zien wat er van komt. Iemand schreeuwde: Als ge Jezus loslaat zijt gij geen vriend meer van de keizer! Dat gaf de doorslag. Pilatus liet Jezus geselen. Een paar soldaten sloegen hem halfdood. Ze zouden die Joden wel kleinkrijgen! Toen namen de soldaten Hem mee naar het rechts gebouw, riepen hun hele afdeling samen. Ze deden Jezus een rode mantel om vlochten de kroon van de doornige takken waarmee ze hun wachtvuur stookte, gaven Hem als scepter een riet in de rechterhand en riepen: Ave, Rex Judacorum! Gegroet, koning der Joden. De hoofdman maakte er een eind aan. Piltatus sprak met hem en liet Jezus naar buiten brengen in spotgewaad. Hij zou dat hoogmoedige eigenzinnige Jodenvolk wel eens laten voelen hoe machteloos ze waren. Hij kwam weer naar buiten en riep met een spottend lachje: Kijk daar hebt ge uw koning. Ecce homo. Zie de mens die stumper. Zijn secretaris had een plankje in drie talen, Latijn, Griek, Aramees geschreven: Jezus de Nazarener, Koning der Joden. Dit werd de ter dood veroordeelde omgehangen en zou later aan de paal worden vast gemaakt, zodat iedereen het kon lezen waarom hij gestraft was. Eén van de Joodse leiders trad naar voren en zei: Er moet opstaan dat hij beweert heeft dat hij de koning is, maar Pilatus weigerde om het te veranderen. Wat ik heb geschreven, blijft geschreven..
Ingezonden door Suzan de Boe.


Wij maken op deze website gebruik van cookies. Een cookie is een eenvoudig klein bestandje dat met pagina’s van deze website [en/of Flash-applicaties] wordt meegestuurd en door uw browser op uw harde schrijf van uw computer wordt opgeslagen.