Toen kwam de Geest van God

Toen kwam de Geest van God.
Zeven weken sinds het Paschafeest waren voorbij gegaan. Het werd warmer, en warmer, ook in de bergstad Jeruzalem. Het koren in Israël was rijp geworden, de velden waren wit om te oogsten. Slaat de sikkel erin, want de oogst is rijp, klonk het overal op het land. Pelgrims weer naar Jeruzalem om de eerstelingen van de oogst in feestelijke optocht te brengen naar de tempel. Van de eerste tarwe werden de pinksterbroden gebakken. De mensen die bij Jezus hoorden waren in Jeruzalem gebleven, want daar verwachtten zij grote dingen. God had aan Jezus Koninklijke macht gegeven. Hem tot Messias gemaakt. Nu wachtten zij op wat komen ging. Zou Hij soms op de wolken uit de hemel neerdalen als Koning van de wereld? Zou Hij komen met hemelse legerscharen van engelen om het Rijk van God in Israël te vestigen? Wat hadden de profeten gezegd? Geregeld kwamen zij in een bovenzaal bijeen. Men denkt dat dat de zelfde zaal was, waar Jezus zijn laatste avondmaal gevierd had, ergens op de hoogste verdieping van een huis op de berg Sion. Zij baden eendrachtig dag in dag uit om de komst van het Koninkrijk. Ook braken zij het brood en dronken uit de beker wijn, zoals Jezus hen gezegd had: doet dit tot mijn gedachtenis. Zo herdachten zij, dat Hij voor hen was gestorven en beleefden zij, dat Hij toch dichtbij was en idder ogenblik verwachtten zij, dat Hij terug zal komen. Wij breken het brood en drinken van de wijn totdat Hij komt, zeiden zij. Maranatha, onze Heer, kom!
url


Toen de Pinksterdag aanbrak waren allen in de vroege morgen bijeen. Eensklaps kwam er uit de hemel een gedruis als van een hevige wind en vulde het hele huis waar zij zaten. Tegelijkertijd zagen zij het licht van Gods heerlijkheid als een zwerm witte duiven of meer nog, zoals vuur zich verdeelt in de tongen, op allen neerdalen. Zo kwam het op ieder van hen en allen werden vervuld met de Heilige Geest en begonnen te juichen. Zij waren zo buiten zichzelf, dat er al spoedig een menigte van de straat te hoop liep. De binnenplaats vulden zich met nieuwsgierigen die wilden zien wat er aan de hand was. Steeds meer mensen kwamen aan lopen. Wat is dat voor alarm op de berg Sion? Was het bazuingeschal? Ik hoorde een gedruis als van een groot leger, zei een ander. Nee, het leek het suizen van een storm. Boven in de zaal waren wel honderd mensen luid aan het juichen en roepen. Sommige voorbijgangers die beneden stonden hoorden niets dan onverstaanbare klanken. Ze hebben te veel zoete wijn gehad! Spotten zij. Anderen die beneden stonden werden gegrepen door dezelfde Geest en verwonderden zich. Het zijn toch die Galileeërs. Hoe kunnen wij zo goed verstaan wat ze zeggen, we horen hen in onze eigen taal de grote daden van God vertellen. Toen trad Petrus met de andere apostelen naar buiten en sprak met luidde stem: Gij Joden uit verre landen en gij, inwoners van Jeruzalem. De mensen zijn niet dronken, want het is nog maar negen uur in de ochtend. Wat ge hebt gehoord, dat was de wind uit het paradijs, de adem van God, die ons het eeuwige leven in blaast. Wij dachten, dat Christus die door de mensen is verworpen, dood was en de wereld nu verloren, maar God heeft ons dit teken van leven gegeven. Hij heeft het de wereld vergeven en wil met zijn Heiligen Geest bij ons wonen op aarde. Diep getroffen hoorden allen dit aan en vroegen: Wat moeten wij doen? Petrus antwoordde: Gelooft, dat Jezus Christus is en dat alle kwaad dat ge God hebt aangedaan u is vergeven. Dan zult ge ook de Heilige Geest ontvangen. Laat u dopen in de naam van Christus. Op die dag kwamen vele mensen tot geloof en zij wilden er ook bij horen. Ze werden wel gedoopt met water, maar de doop met de Heilige Geest van God, daar ging het om. Op dit feest van de oogst, Pinksteren, waren velen rijp voor het Koninkrijk van God. Het was de geboorte dag van de kerk, dat is de gemeenschap van allen, die bij Christus horen. Zo was het koninkrijk van God dichtbij gekomen, maar heel anders dan de mensen hadden gedacht. Niet door de hemelse legermacht. Maar het begon in de harten van de mensen, onzichtbaar. Het zaad van Gods Woord ging nu groeien. Zijn kracht dreef hen de wereld in. Let maar op, dat ze niet op de berg Sion op Gods Rijk bleven wachtten. Maar naar verre landden werden gezonden door de Heilige Geest.
Ingezonden door Suzan de Boe.