Lucas 24: 35-48


Daar loopt de Tora, is een joodse uitdrukking die van toepassing is op mensen die de richting opgaan, voorgehouden door God. Het wordt gezegd van de mens die de Tora belichaamt, hem in zijn of haar dagelijks leven in doen en laten gestalte geeft. De rechtvaardige, die in de psalmen bezongen wordt.
lucas1
Jezus was zo’n rechtvaardige, zo’n rondwandelende Tora, zo’n vleesgeworden Woord. En Hij was dit bij uitstek: in Hem zijn wet en profeten uiteindelijk vervuld. Hij was niet een vleesgeworden woord, maar het vleesgeworden Woord .Was…want tot het uiterste toe gaan, betekent ook: sterven. Het Woord van God tot het laatste toe belichamen, gestalte geven, betekent ook: gekruisigd worden, verliezen.

Maar dan gebeurt het onvermoede: De leerlingen blijven Hem, over de dood heen, herkennen, in het breken van het brood, in het gebaar van het delen. Hij blijft tastbaar, voelbaar, in ons midden aanwezig om ons vrede toe te wensen. Wie Hem volgt, jaagt geen hoog, onstoffelijk, geestelijk ideaal na. Waar Hij aanwezig is, nu nog, verschijnen geen waanbeelden. Waar Hij verschijnt, daar is een mens, die honger heeft en vraagt om eten.    

Psalm 137


psalm137
We horen in de bijbel veel verhalen over mensen die in de gevangenis terecht komen. In het OT komt Jozef in de put terecht en ook later komen vele profeten in de gevangenis. In het NT Johannes en Paulus en Petrus. In psalm 137 horen we dat het hele joodse volk in gevangenschap verkeerde. Er zijn allerlei getuigenissen in de Bijbel die vertellen hoe de joden dat beleefd hebben. Zo wordt er inderdaad ook over schuld gesproken: Wij hebben het land niet goed beheerd, en daarom heeft God ons in ballingschap gezonden. Maar ook veel andere gevoelens horen we in deze psalm. We horen verdriet: de citers aan de wilgen gehangen. We horen van gemis, het gemis van Jeruzalem. Dit staat voor een droom. We horen woede: woede op Babel .En uit die woede komen sterke wraakgevoelens naar voren. Met andere woorden : omgaan met schuld is maar één kant van de zaak. Er is zoveel meer gaande in gevangenen: verdriet over hoe de buitenwacht je ziet, gemis van thuis, rouw over gebroken idealen. Woede op wie je verlinkt heeft. Er is zoveel wat je met iemand zou willen delen, iemand die niet beoordeelt of oordeelt of zeden preekt, maar luistert, die te midden van alles in jou de mens  blijft zien die je bent. Want het ergste wat je kan overkomen is, dat je alleen nog maar als iemand wordt gezien die crimineel is.

Om nog maar even de vergelijking te maken met zieken: als zieke wil je ook niet dat je alleen maar als patiënt wordt gezien. Je bent zoveel meer dan dat. Je bent een mens met alle facetten van dien. En daar hoort ook bij: hoop op beterschap, of ten minste hoop op goede dagen en nachten. Vreselijk is het als je als zieke meewarig wordt bekeken.

In de psalmen klagen de dichters: ik word al gerekend onder de doden. Dan ben je afgeschreven. Dat is erg. Maar het gebeurt wel, met zieken en ook met gevangenen: eens gestolen, altijd een dief. In het verlengde van dit verhaal vertelt het NT over Jezus, Jozua: de Heer bevrijdt, Hij deed Zijn hele leven die bevrijding. Met woorden en daden. Zelfs toen Hij gestorven was zegt de Petrus- brief ons, is Hij naar de gevangenis gegaan waar de geesten waren van de mensen die ongehoorzaam waren geweest toen Noach zijn ark bouwde en zich niet hebben laten omkeren. Zelfs die afgeschrevenen hebben, wat Jezus betreft, blijkbaar nog een open toekomst. Van zijn volgelingen, wij dus, mag je hopen dat zij hun van God gekregen vrijheid ruimhartig en hoopvol delen met elkaar en aan elkaar, binnen en buiten de gemeenschap van Jezus Christus.   

Psalm 18 : 26 – 30


Er trekt een stoet door de wereld.Een stoet van feestgangers. Ze laten sporen van Licht achter, want ze dragen een lamp in hun handen. Zij hebben de stem van de Bruidegom gehoord die hen nodigt op het bruiloftsfeest. En zoals de bruidsmeisjes en jonkers bruidssuikers ronddelen, delen zij brood uit aan de armen rondom. Richten zij tekenen van gerechtigdheid op. Zoeken de Vrede en ruimen een plekje in voor wie zich eenzaam en alleen voelen.


Maar zonder olie kunnen de
psalm 18
lampen niet brandende blijven. De olie die dat licht moet blijven ontsteken is het geloof. Maar dat geloof heeft steeds nieuwe voeding nodig. Zoals een vrouw/man niet hun hele leven kan blijven teren op die ene kus, of die ene keer dat een partner liefde heeft uitgesproken, zo kan het geloof niet blijven teren op die ene preek die ons zo diep getroffen heeft. En wij  blijven elkaar toch rond de preekstoel ontmoeten om nieuw voedsel te ontvangen. Zoals de sluier het hoofd van de bruid siert, zo wordt ons hoofd met een stralenkrans getooid als de zegen van God over ons wordt uitgesproken. En in de stilte is daar de persoonlijke omgang met God zelf. Soms wankelt een van de feestgangers en de lamp dreigt uit handen te vallen. Maar de feestgangers houden elkaar overeind. Spreken elkaar moed in als de weg naar de feestzaal zo lang en zwaar lijkt te worden. Soms dwaalt er een af van de stoet. Maar de Bruidegom roept zelf ons bij onze namen. Hij blijft ons volgen met Zijn liefde en op de lokstem van die liefde keren wij weer terug. Soms bereikt een van onze geliefden eerder de feestzaal dan wij. Dat geeft dan zo’n verdriet, dat wij de lamp haast niet meer kunnen dragen en het licht bijna dooft. Tot wij door onze tranen heen de troost voelen dat het de Bruidegom zelf is met wie  wij aan de feestdis mogen aanschuiven.

En heel langzaam keren wij ons licht weer naar de mensen toe. Anders dan de mensen die meelopen in deze feeststoet zijn zij, die grijpen naar de wapens om macht en dictatuur uit te oefenen. Dan wordt er gezocht naar een rijk dat ligt buiten het Koninkrijk
Maar de feeststoet houdt haar doel voor ogen. Al trekkend smeedt zij haar zwaarden om tot ploegscharen. Bruikbaar materiaal voor het koninkrijk van God.

Kom, laten wij dan meelopen met de stoet, want Hij die ons liefheeft is de Bruidegom.

De tempelreiniging

Lucas 19: 45-48 

tempel2
Voor zeer veel mensen heeft geloven geen of weinig betekenis meer. In onze samenleving speelt het geloof geen grote rol, beheerst het niet meer de harten en gedachten van mensen.
Ook zij die zeggen te geloven onderscheiden zich nauwelijks van hen die niet geloven. God lijkt afwezig, zijn aanwezigheid wordt niet sterk gevoeld. Als samenleving hebben wij geen tempel meer die het middelpunt vormt van ons samenleven.

Het ontbreken van dit middelpunt heeft veel mensen het gevoel van bevrijding gegeven: wij mogen eigen baas zijn.

Maar dit heeft ook een keerzijde. Mensen die geen middelpunt meer hebben, buiten zichzelf en binnen zichzelf, weten niet meer waar ze moeten gaan of staan. We leiden dan ook vaak een zwervend leven. Een gemiddelde relatie duurt vijf jaar.

Het valt ons zwaar om ons te binden aan mensen, taken en plekken.

Als gelovige wil je mensen weer een middelpunt geven: de aanwezigheid  van God, die in de Schrift wordt verbeeld in de tempel. Maar als mensen nu juist het gevoel van bevrijding hebben, wijst dit er dan wellicht op dat wij van de tempel van de wijze waarop God onder ons vertoeft, een rovershol hebben gemaakt ? In de kerk, de gemeenschap van gelovigen, een plaats waar de mensen bidden tot God. Zich openen tot elkaar, breken en delen.  Of is het eerder een plek waar het verwijtende vingertje wordt opgeheven, mensen elkaar bestrijden en vechten om de beste plaats ? Het is al eerder gebeurd dat de woonplaats van God onder mensen een rovershol werd.

Het reinigen van de tempel door Jezus doet pijn. Toch lijkt het goed te bidden dat de Heer van de kerk komt om haar, om ons, te reinigen. Op datzelfde moment wordt onze gelovige gemeenschap al weer een beetje een huis van gebed. Zo gaan we samen op weg om straks weer in een schoongeveegde kerk te mogen zingen van de lof des Heren.

Reisvaardig


reis1

Hoog aan de hemel begint het verhaal,
een teken,  een tijding in vurige taal.

Slinkend, soms verdwijnend in donkerheid,
blinkend weer verschijnend in majesteit,

Het zenit mengt zich in ons bestaan,
een ster overkomt ons en vecht ons aan.

In het ochtendrouwen wint het geding,
slaat ons tot gezanten van Zijn fonkeling.

Licht dat van een Koning de belofte is,
sterker dan de grootspraak van de duisternis.

Het Woord


Stem van de Heer die tot het leven roept,
dat in Zijn woord besloten ligt
zoals de kiem ligt in het zaad
hoe vaak  keerde mijn denken Uw woord van leven om en om.
ik weet dat ik ook nu niet verder kom:
mijn denken eindigt waar het woord begon,
het woord dat noemt wat het ook is:
licht in de duisternis.

Dit is een morgen als ooit de eerste


morgen

Dit is een morgen als ooit de eerste,
zingende vogels geven hem door.
Dank voor het zingen, dank voor de morgen,
beide ontspringen nieuw aan het Woord.

Dauw op de aarde, zonlicht van boven,
vochtige gaarde, geurig als toen.
Dank voor gewassen, grassen en bomen,
al wie hier wandelt, zie: het is goed.

Dag van mijn leven, licht voor mijn ogen,
licht dat ooit speelde waar Eden lag.
Dank elke morgen Gods nieuwe schepping,
dank opgetogen Gods nieuwe dag.

—--------
morgen1

Zing van de geest


duif1
Zing van de Geest die ons brengt tot elkander,
die ons bevrijdt en geneest als geen ander.
Zing van de Geest die ons één maakt en goed,
die ons vooruit gaat en leert hoe het moet:
leven op aarde in Gods naam.

Zing van de mens door die Geest voortgedreven,
een die uit liefde zichzelf heeft gegeven,
Jezus, een mens naar ons hart, naar Gods woord,
die ons vooruit gaat en leert hoe het moet:
leven op aarde in Gods naam.

MENSEN VAN VREDE

Marcus 3: 13-19

 
vrede1
 Lieve mensen, in een paar zinnen kan heel wat gezegd worden, kan eigenlijk een hele wereld opgeroepen worden ! Laten we maar eens luisteren aan het begin van de zomer naar de woorden van Marcus. Hij laat Jezus de berg op gaan en tot zich roepen wie Hij wil. Als je dat zo zegt en bovendien de geroepenen ook direct komen, wil dat aangeven dat er met groot gezag gesproken wordt. Wie wat meer thuis is in de Schriften hoort in die paar zinnen een heleboel meeklinken en dat is nou juist de bedoeling van de schrijver. Zonder twijfel heeft Marcus de situatie van het volk in de woestijn in gedachten en daarbij de figuur van Mozes. Die wordt ook door God op de berg geroepen om te horen hoe hij leiding moet geven aan het volk. Hij ontvangt daar van God de tien woorden, vol van belofte die het perspectief moeten openen van een rechtvaardig omgaan van mensen  met elkaar. Jezus is de mens die geladen is met de kracht van God, die mensen bij name roept en aanspreekt ! Het is dan boeiend om te horen dat er twaalf geroepen worden ! Wat wil dat anders zeggen dan dat in Jezus zich het nieuwe Israël, het nieuwe volk van God gaat vormen?
Hij zelf is daarvan het middelpunt, het fundament , want de leerlingen worden geroepen om op de eerste plaats “met Hem te zijn” en vervolgens om door Hem gezonden te worden en het woord te verkondigen aan allen die het willen horen die er voor open staan. De gemeenschap die wij kerk noemen zal, in navolging van de leerlingen, gedurig dienen te luisteren naar haar Heer die met groot gezag mensen roept. Zij vervolgens moeten toeven bij Zijn woorden en van daaruit spreken. Het zijn niet haar woorden, maar die van haar Heer. Anders gezegd: een kerk die niet het woord dient, maar er zich van bedient om mensen te zeggen wat zij zelf heeft bedacht, is het niet waard om kerk van Christus te heten. In de kerkgemeenschap zal voortdurend de plaats van die ware Herder en Leraar open gehouden  moeten worden. Zo op die manier worden wij volk van God en mensen van Vrede.

Naastenliefde


naasten1


Minnaar van mensen,
beïnvloed ons zo door Uw Geest,
dat we tonen de naaste te zijn,
die de ander behandelt
gelijk we persoonlijk begeren
in zo’n situatie behandeld te worden.
Leer ons het recht van de zwakkeren
voorrang te geven,
en altijd barmhartigheid te verlenen,
aan hen die op onze wegen verschijnen.

IN GOEDE AARDE



Daar waar een kind zich veilig weet,
een hand hem begeleidt
daar valt het zaad in rijke grond,
en wacht ….
boom1

Daar waar een mens ontvankelijk is,
voor leven openstaat,
daar valt het zaad in rijke grond,
en wacht ….

Daar waar de grond is omgeploegd,
het leven is gerijpt,
daar valt het Woord in rijke grond,
en wacht ….

en wacht ….,
totdat er klank ontstaat,
totdat ontkiemen kan,
totdat een mens wordt aangeraakt,
en dan het Woord verstaat...

ADVENT



Gij die aangeroepen wordt,
die wij God noemen en Vader,
advent2
Ongeziene, kom ons nader,
tooi de aarde met Uw licht,
open ons een vergezicht.

Gij die uitgesproken zijt
de Geliefde, Woord van leven
in der minne ons gegeven,
Naam, die oplicht in de nacht,
kom, en klink in volle pracht.

Gij die ons zijt toegezegd,
God met ons en mens van vrede,
deel U aan de wereld mede,
kom tevoorschijn uit het licht,
liefde, toon Uw Aangezicht.

Van ’t vroeglicht tot de dageraad


dageraad1
Van ’t vroeglicht van de dageraad
tot waar de zon weer ondergaat
zingt elk de koning Christus eer,
het kind der maagd is onze Heer.

De wijze koningen van ver,
zij volgden de verheven ster,
zij zijn van licht tot licht gegaan
en boden God geschenken aan.

Het hemels lam stond wit en licht
In ‘t zuiver water opgericht.
Met onze schuld heeft Hij gestaan
als dopeling in de Jordaan.

U met de Vader en de Geest,
o Heer die op het heilig feest
van heden ons verschenen zijt,
zij lof en eer in eeuwigheid.
 

Jezus diep in de woestijn


woestijn1
Jezus diep in de woestijn,
eenzaam en vol vragen,
voerde daar een zware strijd,
veertig lange dagen.

Veertig dagen zonder brood,
Hij is niet bezweken,
ook al was de honger groot
voor zijn tegenspreker.

Alle rijkdom, alle macht
lagen in zijn handen,
als Hij maar een knieval bracht
voor zijn tegenstander.

Jezus zei: Ik kniel niet neer,
want er staat geschreven:
bid alleen tot God de Heer,
dien Hem heel je leven.

Jezus, diep in de woestijn,
veertig lange dagen,
bleef het in een zware strijd
met Gods woorden wagen.

DE HEER HEEFT ONS HART


Woord van den beginne,
begin van een nieuwe schepping.
Hij kwam binnen in ons bestaan
om dat te vervullen met Zijn belofte.
Hij legde zich niet neer bij ons lot
maar stond daartegen op, bevocht het.
Hij ging de hele weg van Gods mensenliefde,
opdat niets ons daarvan kan scheiden.
Hij ging de hele weg van Gods menselijkheid
en heeft daarin gelijk gekregen.
Hij is de diepste engte ingegaan,
om ruimte te scheppen met lijf en leden.
En daaruit opgestaan,
voor ons, voor ons uit,
om ons te betrekken bij Zijn leven,
bij Zijn weg, bij Zijn toekomst.
Waarheen wij ons met verlangen uitstrekken....

Het leven van alle dag



Heimwee, verlangen naar huis.
Ik hoor een stem.

Is het de stem sterker dan ik ben?
Is het de roep van wat hoger reikt
dan de verste verte geven kan?

Mijn oog is verzadigd, mijn oor
bloem1
het horen moe, mijn voeten,
kunnen geen wegen meer zien.

Ik zal opstaan, naar huis toe gaan,
te lang heb ik gezocht,
te ver gereisd, mijn tijd gesleten.

Ik zal opstaan, naar huis toe gaan,
eindelijk thuis zijn.

Waarom heb ik gedacht,elders
is alles beter, het gras groener,
de hemel hoger, het water warmer,
de liefde eindeloos?

Ik zal opstaan,
ik zal naar huis toe gaan,
met eigen handen tasten,
met eigen lippen kussen,
het leven van alle dag,
zoet als de zon,
zuiver als de sneeuw in de winter.

Ik zal opstaan,
naar huis toe gaan,
omdat een stemmij roept.

Gelukkig is het land



Dit is de dag van de oogst,
van vreugde om het graan.
De zon staat op z‘n hoogst,
het pinkstervuur slaat aan.
Het doodgewaande zaad
is opgestaan en leeft.
En wie dit ziet verstaat
de Geest die overleeft.


Dit is de dag van Ruth,
vriendin in nood en dood,
een toeverlaat en stut
voor mensen zonder brood.
Zij gaat ons voor, dit uur,
zoals zij heeft geleefd.
Zij weet van pinkstervuur,
van Geest die leven geeft.

Dit is de dag van Hem
die Israël ons bracht.
Een mens uit Betlehem,
een kind van Ruths geslacht.
Hij ging oprecht haar spoor,
En zie: Hij gaat ons voor,
Zijn Geest leeft altijd door.

TAAL OP DE TONG



Taal op de tong,
een loflied op de lippen,
prijs ik de dag,
voordat het avond is.
light1
Gij die Uw naam,
eer aandoet op aarde,
ik zing de lof
van Uw verrijzenis.

Gaat er een licht
de duisternis te boven,
een zon die nacht,
en nevel overwint.

Ik loof het vuur
dat neerdaalt uit de hoogte,
en ook in mij
een nieuwe dag begint !

Lucas 4: 38-44


Er zit een prachtige beweging in dit verhaal. Het begint met Jezus die uit de synagoge komt en de mensen tegemoet treedt en door anderen aangesproken wordt. Het verhaal eindigt weer met de gang van Jezus naar de synagoge. Je kunt eruit aflezen hoe de gang van het woord van God is. Eerst beginnen wij met te luisteren naar het getuigenis over een God en zijn bedoelingen met de mensen.
woestijn2
Dan zie je wat dat weer voor uitwerking heeft op de mensen. Het geneest ook mensen van de koorts. Waar het woord van God klinkt, waar zijn werkzaamheid zichtbaar wordt, worden mensen opnieuw of voor het eerst tot leven  gewekt, opgeroepen. Hoe ziet zo’n leven er dan uit ? Het is een dienen van elkaar, zoals de schoonmoeder van Petrus doet als de koorts haar verlaten heeft. Die kracht van God is het die zieken naar Jezus doet gaan. Opvallend staat erbij dat ze komen als de zon onderging, het uur dat de duisternis gaat komen en juist deze mensen zich extra van hun isolement bewust gaan worden. Jezus raakt hen aan: dat schitterende gebaar van nabijheid, want niemand kan alleen bestaan! De duisternis is ook het gebied van het kwade, het gebied waar de verstrooide machten aan het woord komen. Jezus snoert hen de mond, want het gaat Hem niet om de eretitels, maar om de verkondiging van Gods genezende nabijheid. Op geen enkele wijze moet je proberen Jezus in je greep te krijgen, niet door hem Messias te noemen en door te proberen hem vast te houden en aan je te binden.

Het is alsof Hij met het heengaan naar andere plaatsen wil zeggen: wie werkelijk naar mijn woorden luistert en binnengaat in het koninkrijk van God, zal zelf een mens zijn die dienstbaar wordt aan anderen en op een genezende wijze met hen omgaat. Want alles is begonnen om een wereld in menselijke harmonie en vrede waarin wij het kwade overwinnen door het goede, door elkaar recht te doen.

Marcus 10: 46-52


marcus10

Langs de weg van Jericho naar Jeruzalem zit een blinde mens. De weg loopt omhoog. Het is de opgang van chaos naar orde, van troostbaarheid naar perspectief. Van Egypte naar Kanaän, de weg van Abraham en Mozes, van Jezus naar ons. Deze weg is kortom het beeld van onze roeping: de samenleving ontdoen van haat, duistere donkere machten. Jezus, het woord van God, gaat die weg en terzijde daarvan zit de gemeente. Zij is blind en in haarzelf gevangen.
marcus2
Daarom bevindt zij zich niet op de weg: ze is ervan afgedwaald. Dat doet zij keer op keer.In niets onderscheidt zij zich van Israël als het overspelig was tegenover de Verbondspartner. De enige die haar ziende maakt, is Hij die door Zijn woord haar wijst op de weg, de verlamming en de blindheid, als een mantel om haar heen geslagen, wegneemt en haar weer op de been helpt. Als het woord tot ons komt op de weg, zullen wij aandachtig zijn. Als we horen, dat het Jezus de Nazarener is zullen we roepen om die ontferming. Die God die zijn bondgenoot betrachtte, toen Hij zijn uitverkorene voor het eerst uit de wateren van de chaos riep tot een hoopvol teken voor de volkeren. Doe ons uw gemeente horen en zien: Jezus, Gij Zoon van David, ontferm U. En hoe meer angst om te doen en eigenbelang te beschermen ons trachten te weerhouden om opnieuw de weg te betreden, des te luider zullen we roepen. Dan komt het Woord tot ons. Het laat zich horen ! We weten waaraan het ons schort: meester, dat we ziende mogen worden. Als we echt vertrouwen op Hem, die juist aan ons Zijn woord schenkt om het te doen, zal het leven in ons terugkeren. Ga heen, zegt Jezus, uw geloof heeft u behouden Terstond, want het Woord werkt direct, zullen we zien en Jezus volgen op de weg omhoog.

Lucas 13: 18-21 Lucas 13: 18-21



hand1
Mensen hebben altijd nagedacht over hun toekomst. Daar is ook alle reden voor. De vaststelling dat onze samenleving velen in het nauw drijft en tot slachtoffer maakt door een onzorgvuldig omgaan met mensen en hun talrijke mogelijkheden, is niet het privilege van joden en christenen. Degenen die zich de moeite getroosten ogen en oren open zetten voor het zuchten en schreeuwen, het gekrijt en gekerm van armen, ontdekken dat de aarde woest en ledig is. De eeuwen door hebben mannen en vrouwen uit bekommernis zich ingezet voor betere verhoudingen en verbanden tussen mensen en volkeren: geduldig, vasthoudend, maar ook woedend en fanatiek. De eigen inbreng van hen, die in God als hoeder en hoeder van alle mensen geloven, komt in de eerste plaats niet voort uit creatief denken en voelen van hun kant  doch uit overgave aan Hem die zich garant stelt voor een betere toekomst en een zinvolle wereld. Zij spreken dan ook over het koninkrijk Gods, om aan te duiden waar de grond ligt om tegen alle tegenslag en teleurstelling in te blijven geloven en hopen op de onmogelijke mogelijkheid. Mensen mogen  onderling voortreffelijke ideeën en strategieën ontwikkelen en tot het verwerkelijken van een ”bedachte”, en door allen te aanvaarden samenleving. Zij kunnen uit zichzelf niet loskomen van partijvorming en ideologieën.

In de parabel van het mosterdzaadje en het zuurdesem leert  Jezus ons dat het niet gaat om aan mensen opgelegde structuren en visies, hoe goed die ook bedoeld zijn. Hij wijst op een kracht van binnenuit. Zoals een mens groeit door de innerlijke verwerking van wat tot hem komt en niet doordat er aan hem gerukt en getrokken wordt, zo groeit het koninkrijk van God: door het horen van het Woord, het leren verstaan en van daaruit werken.Van binnenuit midden in de wereld, dat is onze inbreng !

Weinig Veel


ster1
Het kost niet zoveel,
Iemand een glimlach te schenken
Of je hand op te steken
Voor een vriendelijke groet
Zoiets kan opeens de zon laten schijnen
In het hart van de mens, die je zomaar ontmoet.

Het kost niet zoveel een hand uit te steken
Om een ander een beetje behulpzaam te zijn
Een dankbare blik is vaak de beloning
Al was de moeite voor u maar slechts klein.

Het kost niet zoveel om je hart wat te openen
Voor de mens om je heen z, n vreugd en verdriet.
Wees blij,dat je zo wat kan doen voor een ander!
Of is die ander je naaste soms niet?

Het kost maar heel weinig
Je arm om een schouder
Of alleen maar een zachte druk van een hand.
’t Is vaak voor de ander of hij even
In een klein stukje paradijs is beland.

Het kost toch zo weinig
Om een ander te geven
Iets wat jezelf toch zo heel graag ontvangt.
Liefde! Alleen maar door dat weg te schenken
Krijg je terug,meer dan je ontvangt.

O, die vriendelijke glimlach
Dat eventjes groeten
Die arm om je schouder
De hulp die je bood
Het kost allemaal bij elkaar toch zo weinig
Maar in wezen is het ontzaglijk groot.


Ingezonden door Suzan de Boe

Lucas 1: 26-38


lucas2
Op de grote momenten van de geschiedenis van God en de mensen zijn het steeds weer de vrouwen die doorgang verlenen aan het Woord van God. De mannen met hun kracht en potentie en trots staan buiten spel. Dit heeft niet te maken met het biologisch verschil maar met het feit dat vrouwen in de tijd dat de schrift geschreven werd, altijd op de tweede plaats kwamen. En is er zoveel veranderd in dit opzicht ?

Maria is het beeld van de ware leerling. Zij is een van de ooggetuigen en dienaren van het woord van wie Lucas zegt dat hij van hen de blijde boodschap heeft ontvangen. Zij hoort het woord, aanvaardt het en doet volgens het woord dat haar is aangezegd. Ze laat zich roepen en roept weer anderen. Zij ontvangt en baart het leven. Een groot verschil met Sara, haar voorbeeld uit het boek van de Schepping, is dat zij niet cynisch lacht wanneer haar een kind wordt beloofd, en nog wel een kind van wie gezegd wordt dat Hij de nieuwe David zal zijn en de Zoon van God zelf genoemd zal worden. Achter de woorden van dit evangelie klinkt gelach op, maar het is een gelach van vreugde en enthousiasme over de charme en de genade van God, die juist de kleine en geringe uitkiest als Zijn plaatsbekleders en te midden van de chaos een nieuw begin maakt. Juist deze blijdschap werkt aanstekelijk en doet nieuwe leerlingen geboren worden. Die dan lachend op hun beurt het woord van God doorgeven.

Zij weten dat ze aanvaard zijn door God zoals ze zijn. Zij beseffen dat ze voor God niets hoeven te presteren, want Hij is met hen. Zij geloven dat zij niet onvruchtbaar zullen zijn, omdat God ook met hen en ons een nieuw begin wil en kan maken. Waar vinden we nog de lachende vrouwen die voor ons het woord breken en getuige zijn van de charme van God ? Of zijn wij het zelf die hiertoe geroepen worden?

Marcus 6: 34-44


marcus6
Ik heb een droom; “Ik zie de kinderen van slaven met de kinderen van slaven-eigenaren zitten. Aan een tafel met elkaar het voedsel delen.”
Wordt dat visioen van Martin Luther King ooit werkelijkheid ? Is het geen illusie dat ook de afgejakkerde en weggegooide mens een plek vindt om er bij te horen: om op te leven van een goed woord en het goed te hebben met anderen.In het evangelie van vandaag begint Jezus Messias deze droom te verwezenlijken. Tegelijk blijkt uit de vragen en de opmerkingen van de leerlingen en de antwoorden van Jezus hierop, dat de gedroomde en intens verlangde toekomst op een wel heel andere manier doorbreekt dan wij verwachten.Als wij naar Jezus opkijken als de man die het voor ons wel zal klaren, weigert Hij aan die verwachting te voldoen.

Geven jullie hen maar te eten! zegt Hij tot zijn leerlingen die vol van zorg zijn om al die hongerende mensen en er op aandringen dat Hij hen naar huis stuurt.

Het gaat er om dat wij ons niet van de problemen afmaken en zo op afstand blijven staan van de mensen in nood. De droom wordt alleen maar werkelijkheid als we er zelf zorg voor dragen.De toekomst die met Hem aanbreekt is dan ook niet voor geld te koop. Wat hebben jullie zelf ? vraagt Hij. Geld ertegen aan gooien brengt mensen niet bijeen. Je moet iets van jezelf geven: delen met anderen. Maar het is zo weinig wat we hebben, zeggen we dan. Wat zijn nou vijf broden en twee vissen?

marcus6

Wat kunnen wij nu met onze goede wil veranderen aan een wereld waar de grote bazen de wet stellen? Is de nood niet duizend keer groter dan onze inspanningen? Jezus laat ons praten, Hij neemt eenvoudig in Zijn handen wat wij hebben. Hij zegent het en laat het ons ronddelen. En dan gebeurt het: door Zijn woord, omdat Hij erbij is, kan dat kleine beetje wat we hebben het verlangen van duizenden vullen.

Laten we dat dit nieuwe jaar 2015 maar eens gaan doen.
Geloven in de toekomst betekent dan voortaan: vertrouwen in wat we zelf kunnen, omdat Hij erbij is.

Matt 9: 14-15



matt9

Niet de Farizeeën maar de leerlingen van Johannes de doper stellen Jezus de vraag naar het vasten. Vasten stond in beide groepen in het teken van rouw en boetedoening. Vandaar de vraag: waarom vasten uw leerlingen niet ? In zijn antwoord plaatst Jezus het vasten in een totaal ander kader: in het teken van blijdschap en vreugde, omdat het rijk van God dichterbij is gekomen. Op een bruiloftsfeest kun je toch niet vasten (treuren) terwijl de feesteling bij je is ? In de periode van het wachten op het heil heeft vasten zin. Ook later, in de tijd na
Jezus‘ dood, als de bruidegom weg is genomen, zullen zij vasten. Uit het leven van de oude christengemeenten blijkt dit. In de jaren zestig is het vasten binnen de kerk in onbruik geraakt. Zoals aan vele gebruiken die tot een zekere sleur waren geworden, kwam aan het vasten een eind toen een golf van vernieuwing door de kerk trok. Momenteel is het vasten weer in opkomst. Mensen waken en vasten uit een verlangen  naar vrede en recht. We horen van hongerstakingen, vasten uit protest tegen een begaan onrecht of opdat gerechtigheid moge geschieden. Er wordt gevast uit solidariteit met de velen, die gedwongen vasten    
omdat hen gewoon het voedsel ontbreekt. En mensen vasten om zich voor te bereiden op een zeer belangrijke beslissing in hun leven.We vinden dit vasten ook terug in het evangelie: voordat Jezus Zijn optreden begint vast Hij veertig dagen en nachten in de woestijn. Tot slot vasten ook mensen om hun lichaam te reinigen van kwade stoffen. Zo zien we het vasten op vele manieren terugkere , deels in de lijn van vroegere praktijken, deels binnen een heel nieuw kader, zoals Jezus  het in zijn tijd ook in een nieuw kader plaatste.We mogen en kunnen daar blij mee zijn. Het kan onze innerlijke geloofsvisie verrijken op weg naar Pasen.

Matteüs 23: 1-12



mattheus2
Als een beeld zullen wij op God gelijken. Dit taalgebruik is ons niet vreemd. Want ook wij zeggen: je lijkt sprekend op je vader of je moeder. Beeld van God zijn wil kernachtig vertellen dat we sprekend God moeten zijn. Ons spreken en ons doen en laten moeten naar Hem verwijzen: zo worden wij woord van God zelf. Maar daarom zullen we niet moeten gaan denken dat we Gods beeld al zijn. We moeten het worden en de kerk is geroepen om in het voetspoor van Israël te lopen en dit vorm te geven .

Eén is er in de wereld gekomen die geworden is tot het woord van God. Omdat Hij de wet en de profeten heeft vervuld: Jezus Messias. Daarom is Hij de eerstgeboren mens van ons allen. Daarom zegt Hij terecht van zichzelf: Wie Mij ziet ziet de Vader: Johannes 14:9. En daarom is Hij ook het beeld van de Vader: Zoon van God. Wij zijn dus geroepen, door te doen als Hij, beeld en woord en derhalve kinderen van God te worden. We hebben in onze opdracht om van de wereld een paradijs te maken met alleen maar een vader, want allen zullen wij elkander zusters en broeders noemen en bovenal zijn. In de kerk kennen we dus geen vaders en moeders, maar enkel zusters en broeders in Christus naam. We kunnen deze of gene een bijzondere verantwoordelijkheid toekennen, maar dan nog blijft hij of zij onze zuster of broeder. We hebben in dit wordingsproces ook maar één leraar. Jezus, want Hij is het vleesgeworden Woord. Dit woord van God is onze enige uitdaging en beslissend richtsnoer. We zullen ons in de kerk dan ook geen leraren laten noemen en de kerk zelf zal zich geen lerares noemen. Zij zal een teken van hoop zijn door het woord te horen – onze leermeester verstaan - en door het Woord te horen en te doen, onze Vader uitbeelden in alle deemoed en vreugde in deze tijd van veertig dagen op weg naar Pasen.


De Emmaüs gangers


emmaus
We liepen moeizaam al maar verder voort,
de lange, troostloze weg van ’t leven.
We hadden van het wonder wel gehoord,
maar ’t lege graf kon ons geen vreugde geven.

Ja zelfs, toen Jezus ons terzijde trad
En duidelijk ’t oud profetenwoord verklaarde.
werd ons bezwaarde hart gehouden dat het Hem,
Als d Ópgestane, niet ontwaarde.
 
Maar toen we samen aan het Avondmaal,
de gaven van zijn Brood en Wijn ontvingen,
verstonden wij de sprake van die taal.

Het was of onze ogen open gingen,
we zagen Hem bij ’t feestelijk onthaal
en toen begon ons hart te zingen.

Geschreven door Gerard G. Ruissen,

Ingezonden door Suzan de Boe

Een opstandslied. ( Geschreven door A. Bronswijk)


opstandslied1
Sta op als mens van zegen,
verspreider van het licht,
aan wie is af te lezen
de glans van Gods gezicht.
Aan wie is aan te horen
de waarheid van zijn stem.
Sta op als mens van zegen,
geroepene van Hem.

Sta op als mens van liefde
die omziet naar het hart.
Als schuilplaats tijdens stormen,
bij al wat ons benart.
Als anker in de branding
met vaste grond in Hem.
Sta op als mens van liefde,
geroepen door Gods stem.

Ten Hemel opgenomen

ls een voetdruk,
een stap in het zand,
geluk1
een spoor gekerfd in een rots,
zo is de pijn gegrift in mijn hart
de stille getuige,
van de afwezige aanwezigheid van die mens,
die een onuitwisbare indruk achterlaat in mijn leven.
Ik staar naar de hemel,
alsof mijn ogen Hem kunnen vasthouden,
maar starend naar boven,
verblind door tranen,
zie ik niets,
en buig ik mij naar beneden,
naar de aarde, de menselijke grond,
en zie ik zijn laatste voetstap,
zijn diepe spoor gegroefd in mij.
En weet,
de voetstap wist mij de weg,
nu nog ongebaand,
nu nog onzichtbaar,
slechts die ene stap….is
nodig om zijn weg te gaan,
in zijn geest,
en waar te maken zijn Naam:
Ik Ben er voor jou!

Ingezonden door Suzan de Boe

Wie zaait, zal oogsten. ( geschreven door Pintus Michèle)


Je zaait, dus zal je oogsten.
Hand1
Maar zaai niet op dorre grond.
Zorg jij maar voor ‘t ploegen
Dan maak Ik, dat er vrucht uit komt.

Wacht en heb geduld.
De tijd die zal het leren
Dan wordt je mand gevuld.
En zal je hoger keren.

Blijf op méér vertrouwen.
En heb geloof voor tien
Zodat we samen ’t Koninkrijk bouwen.
Dan laat ik je, mijn volle glorie zien.

Ingezonden door Suzan de Boe.


Zo is God


Je bent voor Hem niet zomaar een project.
Hart1
Hij heeft je lief.
Hij is met jou bewogen.
Hij is met jou bewogen.   Hij buigt zich naar jou toe met mededogen
En houdt Zijn armen neer je uitgestrekt.

Ga niet voorbij het doel van je bestaan
 Hij nodigt je om tot een keus te komen
 Zijn Vaderhart is groot!
Kom zonder schromen
Waarom Zijn aanbod nu nog af te staan?

Ja, zo is God
 Hij roept je bij je naam
 En zo wil zo graag dat je Zijn weg zult kiezen
 En heel je hart aan Jezus zult verliezen
 Hij maakt je zelf tot deze keus bekwaam.

 Ingezonden door Suzan de Boe.

PASEN.   ( Geschreven door Ad Blijlevens).


Nieuw leven.
Wanneer de natuur ontwaakt uit haar winterslaap.
Als de kale takken weer groen worden.
Wanneer de dagen lichter worden.
En de lucht vol is van vogels
leven1
Dan is het tijd om Pasen te vieren.

Schijnbaar was alles dood.
Maar diep onder de grond bloeit nieuw leven op;
Overwinning op de dood.
Nieuwe schepping.

Zo was het ook met Jezus van Nazareth:
Schijnbaar was het met hem afgelopen.
En was alles grondig mislukt;
Maar toch: tot op vandaag
Leef Hij opnieuw.
Bij God en te midden van ons,
En Hij leidt alles naar zijn vervulling.

En zo is het uiteindelijk met alles en allen:
Wat echt is en goed, overleeft.
Ondanks de schijn van het tegendeel.
Pasen: feest van het nieuwe leven.
 Ingezonden door Suzan de Boe

De Smalle weg


De poort is soms eng, de weg is smal
boog1
Die leidt naar het eeuwige leven.
Toch geeft God Zelf juist deze weg
Tot ons behoud gegeven.
Want deze weg is nooit te smal
Om daarop blij te wandelen
Wij leren elke dag opnieuw
Om naar zijn wil te handelen.
De weg is altijd nog zo breed
als Jezus' open armen
Zij Heilsarmen uitgebreid
In liefdevol erbarmen.
Zijn armen liet Hij uitgestrekt
Voor ons aan het kruishout hechten
Opdat voor ieder plaats zou zijn
Zelfs voor de hele slechten.
Bij het begin staat Jezus'kruis
Waaraan hij wilde sterven
En aan het eind Gods Vaderhuis
Waar wij een wonig erven.
Help  ons de smalle weg te gaan,
Blijmoedig, zonder vrezen,
En leer ons, dat zelfs in het verdriet
Uw zegen nog kan wezen.
Ingezonden door Suzan de Boe.

Herfstmystiek. (Gedicht van Oeke Kruythof)


De bomen langs de singel
staan ingetogen stil
kruis2
geborgen in hun eigen wezen
ze lezen in hun spiegelbeeld
dat in het water staat geschreven:
oeroud is het verhaal
van sterven en van leven.
het beeld verrimpelt
door het vallend blad
symbool van afscheid nemen
behoedzaam lees ik mee
en zie verrast
de knoppen reeds gespeld
verlicht weet ik:
als straks de winter
dood en leegte spreekt
wil ik hieraan blijven denken
aan de knoppen
die reeds zijn gespeld
Ingezonden door Suzan de Boe.

Jezus komt terug


Op een dag gaat het gebeuren,
terug1
 Iets waar iedereen naar verlangt,
Naar een leven met alleen maar vrede.
Voor iedereen die hem in zijn leven ontvangst.
De dag wanneer Jezus komt
En ons komt bevrijden
Van de haat en ongeloof
Voor diegenen die belijden
En voor degene die niet in hem geloven
Of niet herkennen die hij is
Die zullen voor eeuwig verloren gaan
Dus vraag hem nu om vergiffenis
En misschien ben jij dan nog niet te laat
Om hem te erkennen als machtige God want dat is hij!

Ingezonden door Suzan de Boe.