Pastoraat

VAN  DE  PREDIKANT
Planten
Legt dus af alle vuilheid en alle uitwas van boosheid en neemt met zachtmoedigheid het in u geplante woord aan, dat uw zielen kan behouden. (Jakobus 1:21 vertaling van 1951)
Wees daarom zachtmoedig en leg alle verdorvenheid en elk denkbaar wangedrag af. En aanvaard zo de boodschap die in u is geplant en die u kan redden.  (idem in de Nieuwe Bijbelvertaling)

In de ruim twee eeuwen dat de Wilhelminapolder nu bestaat, zijn er heel wat planten de grond ingegaan. Het is goede, vruchtbare grond, dus veel van die planten wilden wel groeien. Met de nodige aandacht en goede verzorging kwam dat vaak wel goed. Van de vruchten hebben veel mensen geprofiteerd.
In de bovengenoemde Bijbeltekst wordt het Woord van God vergeleken met een plant die in ons hart is gezaaid of ingegraven. Hij is onze Schepper, die dat met zorg en aandacht heeft gedaan en nog doet. Zijn boodschap is een uitermate kostbare plant die rijke vruchten kan dragen. Er zit voldoende kiemkracht en vruchtbaarheid in, daar mankeert het niet aan. Het kan zelfs levensreddend voor ons zijn, schrijft Jakobus in dit vers. Je ziel, dat wil zeggen jijzelf, kan erdoor bewaard worden voor de ondergang; zo belangrijk is het.
Maar is ons hart goede grond? Kan het deze plant ontvangen en tot ontwikkeling laten komen? Dan moet het ‘onkruid’ niet de kans krijgen om het te blokkeren of verstikken. Dat ‘onkruid’ is ‘alle vuilheid’ en ‘uitwas van boosheid’, oftewel wangedrag dat te ver gegroeid is. Daar ligt onze eigen verantwoordelijkheid: zorgen wij voor een verantwoord beheer van ons hart als goede grond? We kunnen ons hart laten vervuilen en overwoekeren met zulk ‘onkruid’, zodat de boodschap van God de kans niet krijgt om er binnen te komen, wortel te schieten en vruchtbaar te worden. Of geven we het daarvoor alle ruimte?
‘Gods akker, Gods bouwwerk zijt gij’ (1 Kor. 3:9): de Schepper heeft ons hart als een akker gevormd, maar wij kiezen zelf wat we er wel of niet op laten groeien.

Met handen en voeten
We kunnen langzamerhand weer dingen ondernemen die de laatste anderhalf jaar ongewenst waren, bijvoorbeeld naar het buitenland reizen. Als je in dat land de taal niet spreekt en het Engels of Duits geen verbindend middel kan zijn, kun je je toevlucht nemen tot gebarentaal. Dat kan ook in een ontmoeting met een buitenlander hier die onze taal nog niet geleerd heeft. We noemen dat ook wel ‘met handen en voeten spreken (of praten)’.
Er lijkt in onze maatschappij een groeiende kloof tussen mensen die de taal van het christelijk geloof wel of niet verstaan. Het gaat dan niet alleen om woorden als ‘genade’ of ‘goedertierenheid’, maar ook de inhoud van het Evangelie is voor nogal wat mensen onbekend (en daardoor onbemind) en onbegrijpelijk. Het voelt wel eens als een onmogelijke opgave om uit te leggen wat ermee bedoeld wordt. Zoals in de ontmoeting tussen een Nederlander en een Chinees die allebei alleen hun eigen taal spreken… Dan moet je het maar proberen ‘met handen en voeten’ (gebarentaal). Zo kun je ook proberen het evangelie te vertellen en te vertolken ‘met handen en voeten’, oftewel met wat je doet en waar je gaat. Daarin kun je je christenzijn tot uitdrukking laten komen, en iedereen die het ziet kan het verstaan. Of ze het wel willen begrijpen, dat ligt dan aan hen. Tenslotte is en blijft God ‘onbegrijpelijke liefde’, zoals o.a. Corrie ten Boom het onder woorden heeft gebracht.

Verhuisd
Betsie Dijkstra-Labeur is verhuisd van H.A. Hankenstraat 5 naar zorgcentrum De Kraayert, Deltastraat 2 te Lewedorp (kamer S), tel. (0113)215024. Een hele overgang, vanuit het midden van onze gemeente naar een tehuis in een ander dorp; maar ze zal ongetwijfeld met ons verbonden blijven. Ik wens haar daar een goede, gezegende tijd, omringd door liefde en Gods Licht.

In memoriam
Op 31 augustus jl. kwam ons gemeentelid Wilhelmina Naomi Wagenaar-van der Werf te overlijden, in de ouderdom van 90 jaar. Wil is geboren in Beverwijk, maar verhuisde later met haar ouders en broers mee naar Den Haag, waar ze een groentewinkel hadden. Die winkel werd erg belangrijk voor haar, want daar ontmoette ze haar man Piet Wagenaar, met wie ze na hun huwelijk de winkel van haar ouders overnam. Voor haar een mooie, gelukkige tijd, maar Piet wou terug naar Zeeland. Haar wortels lagen op het eiland Tholen, de zijne op Zuid-Beveland. Zo kwamen ze op de boerderij in Kloetinge terecht, waar ze tot vorig jaar is blijven wonen. In 2018 stierf Piet, en daarna werd zijzelf getroffen door een beroerte. Omdat ze de gevolgen daarvan niet meer goed te boven kwam, moest ze de boerderij verlaten en verhuisde ze naar Zoetermeer, waar haar broer Adri woont met zijn vrouw Thea, die haar met veel liefde omringd hebben. Haar gezondheidstoestand bleef echter achteruitgaan, wat ertoe leidde dat ze onlangs gestorven is.

Wil had een goed stel hersens en kon op school uitstekend leren. Na de geboorte van haar jongste broertje moest ze echter thuis blijven om haar moeder bij te staan. Toch heeft ze zich later nog opgewerkt tot directiesecretaresse en de eerste vrouwelijke veilingmeester van het land, op de veiling in Kapelle. Ze was een nijvere doorzetter, die vele bergen werk verzet heeft, met een sterke gezondheid en een ijzeren wilskracht. Ook voor onze gemeente heeft ze veel gedaan, als kerkenraadslid en bij de ontvangst van de fietstocht.
Op maandag 6 september is Wil in Kloetinge begraven, na een (in verband met corona helaas besloten) dankdienst voor haar leven in ons kerkgebouw. De Schriftlezing was Psalm 84 en op verzoek van Wil zelf leverde Zondag 1 uit de Heidelbergse Catechismus ook stof voor de overdenking. Daarbij zongen we bekende liederen uit Joh. de Heer. We laten haar gaan, met verdriet en gemis, maar ook in dankbaarheid en vertrouwen.

Ds. A. Spaans